DRONTEN - De rechtbank Midden-Nederland heeft een 50-jarige man uit Dronten veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. De verdachte schoot na een hoog opgelopen burenruzie met een vuurwapen op drie personen. Eén persoon overleed en twee slachtoffers raakten zwaargewond. De partner van de verdachte, de 47-jarige medeverdachte, werd vrijgesproken.


Overlast van buren

De verdachten ervoeren al geruime tijd overlast van de buren en een vriend van de buren. Zij wilden op 9 september 2024 hierover met ze in gesprek. De twee buren kwamen net thuis met de auto, samen met de vriend. Uit camerabeelden is gebleken dat de buren op rustige toon door de verdachte werden aangesproken over de overlast. De toon van het gesprek werd al snel, vanuit beide kanten, bozer. Op het moment dat een van de buren een beweging richting de verdachte maakte, haalde de verdachte zijn vuurwapen uit zijn broeksband en schoot meerdere malen op alle drie de personen. Zijn partner riep daarbij meerdere malen ‘maté’. Dat betekent ‘dood hem/haar’ in het Papiamento. De vriend van de buren overleed, de twee buren raakten zwaargewond en hielden blijvend letsel over aan het schietincident.

Doodslag

Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan (poging tot) moord omdat er sprake was van een vooropgezet plan. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat daar in deze zaak sprake van is. De verdachte heeft van begin af aan consistent verklaard dat hij in gesprek wilde gaan met de buren en dat hij het wapen meenam omdat hij wist dat de buren in het verleden ook over vuurwapens beschikten. Twee dagen voor het schietincident maakte de verdachte melding van de overlast bij de politie. Ook daarom nam hij het vuurwapen mee; hij was bang voor een reactie van de buren en hun vriend. Daarnaast ondersteunen camerabeelden de verklaring van de verdachten: het gesprek begon op een rustige toon en het schieten begon pas nadat een van de buren een beweging maakte in de richting van de verdachte. De rechtbank stelt vast dat het besluit om te schieten werd genomen in een hevige gemoedsopwelling en dat er zeer weinig tijd zat tussen het genomen besluit en de uitvoering. Ook tijdens het herladen van het wapen heeft de verdachte geen tijd gehad om zich te beraden. Het schieten, herladen en weer schieten, gebeurde in een heel kort tijdsbestek en moet als een doorlopende handeling worden gezien. Van een vooropgezet plan is volgens de rechtbank dus geen sprake. Daarom wordt de verdachte veroordeeld voor doodslag op de vriend van de buren en van poging tot doodslag op de buren.

Gevangenisstraf en tbs

De rechtbank legt de man 12 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging op. Deze straf is lager dan door de officier van justitie geëiste 24 jaar cel, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie: (poging tot) doodslag in plaats van (poging tot) moord. Daarnaast heeft de rechtbank bij het bepalen van de duur van gevangenisstraf gekeken naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij is een veteraan die tweemaal naar Afghanistan is uitgezonden. De deskundigen concluderen dat als gevolg hiervan bij de verdachte sprake is van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze stoornis had invloed op het moment van de ruzie en maakt dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Het is in het belang van de maatschappij, en dus ook in het belang van de verdachte, dat er op tijd kan worden gestart met de behandeling van deze stoornis. Tenslotte heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. Deze straffen liggen aanzienlijk lager dan zoals door de officier van justitie geëist. Verder moet de verdachte schadevergoedingen betalen aan de slachtoffers en nabestaanden.

Vrijspraak

voor vrouw

Volgens de officier van justitie is de 47-jarige partner van de hoofdverdachte schuldig aan medeplegen van/medeplichtigheid aan (poging tot) moord en openlijk geweld in vereniging tegen de drie slachtoffers. De rechtbank spreekt de vrouw hiervan vrij. Voor het medeplegen van (poging tot) moord is een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten vereist. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank geen bewijsmiddelen die dit aantonen. Het feit dat zij onder andere aanwezig was en ‘maté’ riep, heeft geen bijdrage gehad aan het schieten van de medeverdachte. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat de vrouw wist van het vuurwapen en rekening moest houden met de mogelijkheid dat haar partner zou gaan schieten. Wel heeft zij een van de slachtoffers geslagen, maar dit stond los van het schieten door de medeverdachte, zodat zij wordt vrijgesproken van openlijk geweld in vereniging.